Historie

De evangelische stroming

De overheid heeft erkend dat de evangelische identiteit inderdaad een afzonderlijke richting vertegenwoordigt in de zin van artikel 65 van de Onderwijswet van 15 mei 1933. De tekst daarvan luidt: ‘Onder bijzonder onderwijs van een bepaalde richting moet worden verstaan bijzonder onderwijs, dat uitgaat van een van de richtingen, welke zich in het Nederlandse volk op geestelijk terrein openbaren.’

Hoewel er al eerder evangelische basisscholen door lokale overheden zijn erkend (waaronder de Morgenster in Amsterdam) is de landelijke zuil voor evangelisch onderwijs pas erkend tijdens een vervolgdebat over het Plan van Scholen op 29 september 1998. Het Evangelische Onderwijs is sinds 1998 een aparte stroming binnen het Nederlandse onderwijsbestel.

De evangelische zuil onderscheidt zichzelf van andere gevestigde kerkelijke stromingen door niet het accent te leggen op zogenoemde belijdenisgeschriften, maar op de persoonlijke relatie met God door Jezus Christus en de wedergeboorte met de Heilige Geest.

Oprichting van het PEON

Na een jaar van voorbereiding sloeg op maandag 24 maart 2003 een delegatie vertegenwoordigers van schoolbesturen van evangelische basis scholen in De Bilt de handen ineen om zich te verenigen in een landelijk platform: Platform Evangelisch Onderwijs Nederland (PEON). Ook omwille van de eenduidigheid in de richting van de overheid is een dergelijke samenwerking tegenwoordig onontbeerlijk.

Sinds de oprichting van het PEON is aan diverse werkgroepen die bezig waren met schoolstichting, ondersteuning verleend. Vele evangelische basisscholen in Nederland hebben gebruik gemaakt van de kennis en steun van het PEON.

Het accent van het PEON is in de loop van de jaren verschoven van ondersteuning bij schoolstichting naar een platform waar voor bestuurders de mogelijkheid bestaat kennis en ervaring met elkaar delen, samen nieuwe wegen te zoeken om het evangelisch onderwijs in Nederland verder uit te breiden en op bestuurlijk niveau samen te werken waar dat kan.

De evangelische stroming heeft haar bestaansrecht historisch bewezen. Er wordt doorgaans uitgegaan van een ontwikkeling in drie fasen: De reformatie uit de 16e eeuw, het Puritanisme (Engeland) en Piëtisme (Duitsland) van de 17e eeuw en de opwekkingsbewegingen uit de 18e en 19e eeuw. Onder invloed van het Methodisme uit Engeland ontstonden grote opwekkingsbewegingen in Amerika, waarbij de persoonlijke bekering en levensheiliging centraal stond. Momenteel vertegenwoordigt zij wereldwijd ongeveer 200 miljoen gelovigen